Inmiddels zijn we alweer een week terug uit Frankrijk.  We hebben genoten van de vakantie. Zijn niet alleen in de Bourgogne geweest, maar hebben een deel van Frankrijk doorkruist. Vroeger (dwz voordat we naar Frankrijk verhuisden) gingen we bijna elk jaar wel een keer naar Biarritz en omgeving, zuidwest Frankrijk, Baskenland, geweldig mooie en leuke omgeving. Maar sinds 2003 waren we er niet meer geweest. Want toen we in de Bourgogne woonden, konden we nooit op vakantie in de zomermaanden en in de winter is het er een stuk minder aantrekkelijk. Maar nu is er niets meer wat ons ervan weerhoudt, wat een luxe! Als residenten van de Canarische Eilanden kunnen we profiteren van een korting van 75% (! ja echt waar) op vlieg- en boottickets binnen Spanje. Dit om de geïsoleerde ligging van de Canarische Eilanden te compenseren. En als echte Nederlanders laten we dit natuurlijk niet aan ons voorbij gaan.

Dus tickets geboekt naar San Sebastian/Irun, via Madrid. Een lief vliegveldje, nog kleiner dan op La Palma, waar zo’n 8 vluchten per dag aankomen/vertrekken. 6 naar Madrid en 2 naar Barcelona. En dat is het dan. Heerlijk overzichtelijk. In Irun een auto gehuurd en op naar St. Jean de Luz, 15 km verder. We zijn 3 nachten in Baskenland gebleven, maar helaas liet het weer ons in de steek. 14 graden, harde wind en behoorlijk veel regen. Tja, Golf van Biskaje, kan er héél mooi weer zijn, maar ook héél slecht. Desondanks was het leuk om er weer te zijn. Daarna door naar Aubusson (bekend vanwege z’n tapisserieën), waar we bij Eric en Lisette overnacht hebben, via de Dordogne en de Auvergne. Op een bepaald moment was het nog 8 graden. Dat was weliswaar op 900 mtr hoogte, op het Plateau de Millevaches, maar toch erg weinig voor juni. Wel hele mooie landschappen onderweg. En daarna door naar de Bourgogne, Thury, waar het toch nog redelijk goed kwam met het weer.

Strand van St. Jean de Luz. Even wennen weer, dat witte zand. Hier scheen de zon nog, maar alleen echte die-hards gingen op het strand liggen. Dat waren er niet zo veel.
Een dag later in Biarritz waaiden we zo’n beetje uit onze regenjassen.
De Côte d’Or tussen Pommard en Auxey-Duresses, nog altijd even mooi.
Namen waarvoor ze ons wakker mogen maken.

Het was heel vertrouwd om weer terug te zijn, maar ook best een beetje gek. Om ons oude huis en het hotel te zien, die nu niet meer van ons zijn. Maar het wende snel 😊. Geweldig was het om al onze vrienden en bekenden weer te zien. Dat de barbecue die Laurent en Cendrine voor ons georganiseerd hadden in het water viel, mocht de pret niet drukken. Ook binnen was het supergezellig.

Benoît opent een Puligny Montrachet 1er Cru, wat een genot!
Gezellig met elkaar.
Andouillettes, brrrrr, ingewanden-worstjes. De Fransen vinden het heerlijk en Karel ook, maar ik gruw ervan. Alleen de geur al! Désolée chers amis, ce n’est pas mon truc, les andouillettes.
Er werd ook serieus gesproken.
In de Bourgogne eet je geen nagerecht zonder bubbels, Crémant of, beter nog, Champagne.

En dat de ‘pompiers’ (brandweer) van Thury, waar Karel jarenlang lid van is geweest, net toen wij er waren een uitstapje organiseerden en ons daar ook bij uitnodigden, was een heel leuk toeval. Ook die dag viel het weer tegen, maar het voordeel was dat het in het attractiepark waar we heen gingen niet druk was en er dus geen lange wachtrijen waren. Zo heeft elk nadeel toch weer zijn voordeel.

Op stap met de pompiers, naar Parc Le Pal in de Auvergne.
De Yukon Quad, we hebben het allemaal gedaan.

We hebben niet bij Bonpassage geslapen, dat deden we bij onze oude buren en goede vrienden Eve en Georges, maar natuurlijk hebben we wel bij Ruud en Annemiek gegeten, heerlijk. Heel bijzonder om daar nu als gast te zijn en onze opvolgers aan het werk te zien. Bovendien waren 5 van de 8 kamers bezet door gasten uit ‘onze tijd’, die waren ook allemaal in het restaurant en dat was een heel leuk weerzien.

Buurman Georges ging door zijn rug en kon het zwembad niet meer schoonmaken. Aangezien Karel toch niet stil kan zitten, heeft hij het even gedaan. Water was overigens nog behoorlijk koud, ook al hield Karel zich groot.
T-shirtjes gekocht. Un dernier souvenir, trouvé chez Gamm Vert. Chouette, non ?? 😂😂😂

Maar nu weer over tot de orde van de dag. Het ‘projekt gras’ in de tuin van Abajo hebben we definitief als mislukt verklaard. Nadat het olifantengras niet snel genoeg ging naar onze zin (en bovendien Ito, de tuinman, zei dat we daarmee ‘de duivel in de tuin gehaald hadden’) hebben we dat weer verwijderd en geprobeerd te zaaien. Na een paar keer bijgezaaid te hebben, was er uiteindelijk toch een redelijk goed en groen matje ontstaan. Maar om dat matje groen te houden, dat is andere koek. Is gewoon niet te doen hier, je kunt blijven sproeien. En dat op een eiland waar sowieso de laatste jaren veel te weinig water valt, dat vonden we geen goed idee. We waren er al wel voor gewaarschuwd, maar waren eigenwijs. Nu zijn er kiezels voor in de plaats gekomen. Ook leuk.

Dit was eind maart. Toen was het olifantengras al verwijderd en begon het nieuwe gras op te komen.
Eruit met die handel, anti-worteldoek en kiezels erin.

Dan nog een raar verhaal. Een tijdje geleden begonnen de remmen van de auto te piepen. Dat zit mij dan al meteen niet lekker, want wie al eens op La Palma heeft rondgereden, weet dat rondrijden met slecht werkende remmen geen goed idee is hier. ‘Ja ja, ik zal het weleens navragen bij de garage’, aldus Karel. Hij zag het probleem kennelijk niet zo. Toen moesten we kort voor de vakantie nieuwe banden. Bij de onderhoudsbeurt eind oktober werd ons gezegd dat we er nog wel 10.000 km mee zouden kunnen rijden, maar eind mei zat er toch niet zoveel profiel meer op. Dus naar de bandenspecialist die het met ons eens was en er nieuwe banden op heeft gezet. ‘Nou’, zei hij, ‘de achterremmen zijn zo langzamerhand wel aan vervanging toe’. Dus ik weer tegen Karel ‘we moeten die remmen vervangen’. ‘Ja, na de vakantie gaan we erachter aan’. Dus afgelopen dinsdagochtend dan uiteindelijk naar de garage. ‘Nou, de achterremmen zijn inderdaad niet goed meer, maar de voorremmen ook niet’ (had de bandenspecialist dan weer niets van gezegd). ‘Maak maar een afspraak bij Sandra’ (de receptioniste van de werkplaats). ‘Tja, jullie kunnen de auto nu hier laten, maar het kan pas eind van de dag gedaan worden’. Ok, maar heb je dan een ‘coche de cortesía’ vervangende auto voor ons, want we kunnen niet hier de hele dag in Los Llanos blijven rondhangen. ‘Nee, helaas niet’. Dan maken we een andere afspraak. Kijkt ze ons heel zorgelijk aan en zegt ‘ja, maar jullie moeten eigenlijk niet meer met de auto rijden hoor’.  Dus wij kijken elkaar verbluft aan, zijn wij dan ternauwernood aan een vreselijk ongeluk ontsnapt of zo met die remmen?? Werkplaatsbaas er weer bij gehaald. ‘Nee nee, zo erg is het ook weer niet, maar kom dan morgenochtend meteen om half negen’. Zo gezegd, zo gedaan, we hebben het overleefd. Op onze vraag aan Sandra hoe het kan dat eind oktober alles goed was, geen enkele opmerking over de remmen en we nu opeens kennelijk aan een wisse dood zijn ontkomen zei ze. ‘Ja, de chico zal gedacht hebben dat het nog wel zou gaan voor een jaar’ …….

Tot zover de berichtgeving van deze keer, hasta la proxima !

Nog een boompje in onze tuin, de planten-app kent hem niet. Bloeit wel leuk. Blad lijkt een beetje op dat van een olijfboom.