Vakantie houden op La Palma is veilig, maar je moet er wel wat voor over hebben. Een week of 2 geleden werd bekendgemaakt dat de regering van de Canarische Eilanden een nieuwe wet had aangenomen, die het overleggen van een negatieve covid-test die binnen 72 uur voor aankomst op de Canarische Eilanden is afgenomen verplicht maakt voor alle vanuit het buitenland komende bezoekers. Dit mocht zowel een PCR- als een antigeen/sneltest zijn. De accommodatiehouders werden geacht dit te controleren en, als er geen verklaring overlegd kon worden, de gasten de toegang tot de accommodatie te ontzeggen. Fijn, dat wij opeens ook een rol als controleur kregen toebedeeld! Maar een week later is dit alweer herroepen, want nu heeft de Spaanse regering voor het hele land besloten dat bezoekers vanuit het buitenland een negatief PCR-testrapport moeten overleggen. En een antigeentest is nu weer niet acceptabel. De controle wordt op het vliegveld al gedaan, dat is dan weer wel veel beter, want de meest logische plek om de controle uit te voeren. De Canarische wet is daarmee overruled.

Info van de Canarische overheid, die we bij de ingang moeten ophangen.

Hoewel er de vrees bestond dat testen binnen 72 uur voor aankomst niet haalbaar zou zijn, hebben de Duitse gasten die we de afgelopen week in beide woningen hebben de test keurig meegenomen. Ook de nieuwe gasten die vandaag zijn aankomen hadden alles keurig voor elkaar. Het is dus gelukkig wel te doen.

Helaas (ja sorry hoor, maar ik vind het echt ‘helaas’) heeft mijnheer Hugo de Jonge het idee opgevat dat iedereen die terugkomt naar Nederland na een verblijf in een risicogebied (waartoe La Palma, ondanks de lage besmettingscijfers, toch behoort volgens Nederland) zich niet alleen voor de terugreis moet laten PCR-testen (binnen 48 uur, dit is echt heel moeilijk haalbaar, tenzij toch de sneltests acceptabel worden), maar daarna ook nog eens 5 dagen in quarantaine moet gaan om na die 5 dagen nogmaals een test te doen. Dat betekent 3x testen per persoon en betekent eveneens, met de huidige prijzen die voor het testen gevraagd worden, een hele serieuze extra aanslag op het reisbudget. Overigens ook voor ons en alle mede-Nederlandse eilandbewoners die op familiebezoek naar Nederland willen.

Maar goed, eerst maar eens kijken of dit ook allemaal zo doorgang gaat vinden. Tot nu toe wijzigt alles met betrekking tot reizen en covid zo’n beetje elke paar weken. We wachten af.

Los van dit alles zijn we eigenlijk best tevreden over de boekingen. We krijgen toch voortdurend reserveringen voor de korte termijn, voor aankomst binnen de 4 tot 6 weken, en halen daarmee een hele aardige bezetting, de omstandigheden in aanmerking genomen.

Maar genoeg daarover. Het leven gaat hier intussen gewoon zijn rustige gang. Op La Palma wemelt het van de prachtige planten, maar er is ook een aantal planten waarmee men wat minder blij is. Eén daarvan is de ‘rabo de gato’, de kattenstaart. Ziet er mooi uit maar is een ware plaag op het eiland. Overal duikt hij op en verdringt de autochtone planten. Vanuit de overheid zijn er al opruimacties gedaan in de Caldera en ook verschillende groepen vrijwilligers zie je regelmatig her en der bezig om het kwaad met wortel en al uit te roeien. Vooralsnog lijkt het echter vechten tegen de bierkaai.

Ook wij hebben er een aantal op het nog ‘onontgonnen’ gedeelte van ons terrein. Karel is begonnen met het weghalen. We hebben ze in grote zakken gestopt en zijn ermee naar het Punto Limpio (de milieustraat, afvalpunt, hoe heet het in het NL) gegaan. Daar werd gevraagd ‘Is het tuinafval?’ Ja, rabo de gato. Het mag dan niet bij het gewone tuinafval, maar wordt in een speciale afgesloten container verzameld. Ik vraag me af of men erin slaagt om het onder controle te krijgen, daarvoor zal er toch echt wat meer gecoördineerde actie moeten komen, lijkt me.

In onze tuin.
Verzamelen in grote zakken.

Op het ‘balkonnetje’ om de airco-units tegen de gevel van de vakantiewoningen moeten een paar planten komen, vond Karel. Mijn tegenwerpingen dat het een nogal lastige plaats is om planten te zetten en vooral ook het thema ‘water geven’ tot problemen kan leiden, werden weggewuifd. Er moesten en zouden planten komen. Dus planten staan er. Aloë Vera’s in een pot. Want die hebben niet zoveel water nodig, dus hoeft Karel ook niet zo vaak het afdak op. Omdat het hier soms behoorlijk kan waaien en het niet de bedoeling is dat op een nacht de gasten rechtop in bed zitten omdat er eentje naar beneden is gekeild, zijn ze vastgezet met een ingenieus systeem van ijzerdraadjes. Ze zijn nog wat klein, vallen een beetje weg tegen de muur en het zijn ook niet zulke snelle groeiers. Volgens mij. Maar komt allemaal goed. Volgens Karel.

Aan de gang met ijzerdraad.
De wall of wonders !

Dan nog wat droevig tuinnieuws. Onze prachtige agave die langs het pad naar de gastenwoningen staat, gaat bloeien. Hoezo droevig nieuws, zullen velen zich afvragen. Maar door te gaan bloeien heeft de plant zijn doodvonnis getekend, want na de bloei is het einde verhaal helaas. We waren er zo trots op. Hij staat weliswaar een beetje onhandig, zo net naast het pad, waardoor we er steeds bladeren af moeten snijden omdat die het pad half blokkeren en bovendien behoorlijk scherpe punten hebben. En daar wil je niet mee in aanraking komen. Maar het is ook een markante blikvanger. Als je de bladeren van dichtbij bekijkt, zijn het net allemaal kleine aan elkaar genaaide stukjes. Daarom noemden we hem ook onze patchwork agave. ´T is zund, zeggen ze in Brabant, hij zal een grote leegte achterlaten, letterlijk en figuurlijk.

Net aan elkaar genaaide lapjes, onze patchwork agave

En nog een zoete afsluiter.

Een ouderwets citroen-kwarktaartje. We hebben zo’n leuk mini-springvormpje. Cadeautje voor een jarige buurvrouw. Door Karel gemaakt, door mij gedecoreerd. En door ons vieren opgegeten.