Intussen zijn we aanbeland in fase 1 van de ‘desescalada’. In deze fase mogen we weer samen boodschappen doen waar we willen, met de auto het hele eiland over en mogen alle winkels onder de 400 m² weer open. Ook cafés en restaurants mogen weer open, maar dan alleen nog het terras en met 50% bezetting. In de praktijk blijven echter nog aardig wat winkels gesloten vooralsnog en heel veel cafés en restaurants eveneens. Dat is ook begrijpelijk, want met 50% van je capaciteit alleen op het terras zijn de kosten vaak hoger dan de baten. Vanaf fase 2, als alles goed gaat gaan we op 25 mei door naar die fase, mogen er ook binnen weer gasten ontvangen worden, 50% van de capaciteit, dan zullen er zeker meer openen. Maar aan de boulevard van Puerto Naos is echt alles nog dicht. Ook in Tazacorte Puerto is zo goed als alles gesloten en of ze daar zo snel weer open gaan?? Toeristen zijn hier de belangrijkste klanten en die zijn er niet. Het is triest om te zien hoe doods en uitgestorven het daar is momenteel.

Lastig is dat je nergens meer naar het toilet kunt als je in de stad bent. Wij hadden maandagochtend een hele lijst met boodschappen af te werken en op een gegeven moment was een bezoekje aan een toilet wel noodzakelijk. Maar helaas, toiletten bij de Lidl afgesloten, in de parkeergarage dicht, Trocadero-toiletten dicht en ook het café waar we koffie dronken had de ‘servicios’ afgesloten. Wildplassen dan maar? Liever niet (ik niet tenminste, dat is niet mijn ding), naar huis geracet en net op tijd gered, pfffff …

Het bakken gaat overigens gewoon door. De tuinafval-container-man vertelde ons dat hij behalve in containers ook iets in de bananen doet (zoals vele anderen hier), waarop Karel natuurlijk een beetje begon op te scheppen over zijn heerlijke bananencake. Dus stond hij afgelopen week aan de deur met een enorme tros bananen, zo’n 60-70 stuks, met de melding dat hij dan wel die ‘bizcocho famoso’ van Karel wilde proeven. Dus zijn er intussen alweer drie gebakken, één voor de gulle gever, één voor de dartclub (zijn we vrijdagmiddag ook weer mee begonnen) en één voor ons bezoek van zaterdagochtend. Nog wat bananen weggegeven en we zijn er alweer bijna helemaal doorheen.

De eerste bananencake is in de maak.

Nu we weer de deur uit mogen, kan Karel verder met zijn dragobos. Van Ito, onze tuinman, hadden we een tip gekregen dat er in Puntagorda een adres is waar we grotere drago’s kunnen kopen tegen schappelijke prijzen. Dus wij woensdag naar Puntagorda gereden, in de veronderstelling dat we bij een soort van tuincentrum terecht zouden komen. Vooraf gebeld, de eigenares, een Zwitserse dame, zou ons bij het benzinestation in Puntagorda om elf uur opwachten, want anders zouden we het niet vinden. Dat werkte prima, ze was er op de afgesproken tijd. Achter haar aan gereden naar haar ‘tuincentrum’. Bleek dat ze een enorm terrein gekocht heeft van een Duitser met daarop de restanten van wat ooit een drago- en palmenkwekerij is geweest, in behoorlijk verwaarloosde staat.

In de drago-jungle.
Enig achterstallig onderhoud.

Maar die ‘restanten’ bestonden uit een ongelofelijke hoeveelheid drago’s, echt een oerwoud aan drago’s van verschillend formaat, allemaal in kuipen vol met onkruid eromheen en deels al door de bodem van de kuip geworteld in de aarde. Ook palmen stonden er, waarvan veel de ziekte hebben die hier helaas onder de Canarische palmen heerst en die er niet zo best aan toe waren. Uiteindelijk hebben we niks gekocht, want zo groot hadden we ze ook weer niet bedoeld en met een prijs van 100 euro per stuk (op zich niet duur voor dat formaat drago’s, maar Karel wil er zo’n 8 à 10 hebben) en dan nog het vervoer (want loodzwaar in die kuipen, snel 150 kilo volgens de verkoopster, dus zelf vervoeren is geen optie) zou dat toch een dure grap worden voor een klein stukje tuin. Niet dus. De bedoeling van de Zwitserse dame is om op het terrein een paar hele luxe vakantiehuizen te bouwen, maar hoe ze ooit van al die bomen af komt, is nog een hele kwestie. Daar had ze zelf ook wel een hard hoofd over in.

Palmen in kuipen vol onkruid.
Het hele terrein vol met palmen en drago’s.
Ga er maar aanstaan, als je deze loodzware kuipen moet verplaatsen.

Maar goed, omdat we toch in Puntagorda waren, gingen we maar even langs bij de Coop. Daar zouden de echte Nederlandse beschuiten verkocht worden en wat is er nou lekkerder dan een beschuitje met roomboter en hagelslag? Geen idee hoe een beschuit in het Spaans heet, dus aan de dame in de winkel gevraagd naar ‘una especie de pan tostado redondo’. Ze wist meteen waar ik het over had. Ah sí, en un paquete redondo. In een ronde verpakking. ‘We hebben ze gewoon en ook bio. Maar helaas zijn ze momenteel uitverkocht. Ze zijn steeds heel snel weg en ik krijg ze maar af en toe’. Grrrrr, welke Nederlanders kapen ze voor onze neus weg?? Eéntje kennen we er trouwens wel, denk ik, zal geen namen noemen 😉 . De volgende keer moet ik misschien maar meer bestellen, bedacht de Coop-dame. Maar jammer genoeg komen we niet zo vaak in Puntagorda, dus ik zal ze wel uit NL moeten meenemen. De hagelslag voorraad is overigens ook uitgeput. De aanvoer is abrupt stilgevallen in deze tijden van corona.

Toen we de Coop verlieten, kwam toevallig net tuinman Ito langsgereden. Hoe klein is de wereld op La Palma. We vertelden hem over ons bezoek aan zijn drago-dame. En dat we nu toch maar op zoek gaan naar wat kleinere exemplaren. Toen gaf hij ons de tip dat in Puntallana, in het oosten van het eiland, de vivero – kwekerij – van de Cabildo Insular zit, waar alleen autochtone planten gekweekt worden en waar we zeker ook kleine drago’s zullen vinden. Dus volgende week nieuwe poging en gaan we naar Puntallana.  Het was overigens koud in Puntagorda, grijs, 15° en wat miezerige regen. We hadden gedacht door te rijden naar Garafía, maar het weer nodigde niet echt uit, dus toch maar snel terug naar huis, waar we 22° en zon aantroffen. Nu ik dit schrijf, op zondagochtend, is het hier grijs en kil. Waarschijnlijk schijnt nu in Puntagorda de zon, want ergens op het eiland schijnt de zon altijd wel.

Afgelopen week hebben we overigens voor het eerst sinds 8 weken de tank van de auto weer moeten vullen. Nog nooit zo lang met 1 tank gedaan. En voor een superlage prijs ook nog. In Puntagorde was de prijs overigens nog zo’n 7 cent lager, daar baalde Karel goed van. De brandstof is altijd een stuk goedkoper in Puntagorda dan in het Aridanedal, maar dat is net even te ver weg voor ons helaas.

Schappelijke prijs.

En vrijdagavond weer voor het eerst sinds lange tijd buiten de deur gegeten. We waren uitgenodigd ivm de verjaardag van een vriendin. Met z’n zevenen waren we, je mag met max. 10 personen samen vertoeven. We aten bij de Italiaan op het pleintje achter de kerk van Todoque, espaguetis con mariscos, zeevruchten, heerlijk. Er zaten nog enkele groepjes en hoewel er een fikse wind stond die helaas niet ging liggen, was het super om weer met vrienden te eten en wat reuring om ons heen te hebben.  Vanavond eten we met een groepje bij Finca Flora, een vegetarisch huiskamerrestaurant vlakbij huis. Hopelijk trekt het weer bij, want er moet buiten gegeten worden en anders moet ik m’n winterjack nog uit de kast gaan opvissen.  Maar hoe dan ook, we mogen weer! Het is feest tralala, we hebben wat in te halen!

Aan het apéro.
Spaghetti met zeevruchten, aanrader.
Mmmmmmmm

Nog even terugkomend op de drago’s, we hebben er al wel enkele staan in onze tuin. Die zijn vermoedelijk zo’n 20 jaar oud en doen het goed:

Op het terras naast ons huis.
Bij het pad naar de beneden-ingang.
Bij het lager gelegen privé terras.
Bij het zonnehoekje met de stoelen van Paco.
Deze hebben we zelf geplant, zo’n anderhalf jaar geleden. Een jonkie nog dus.