Deze week nam vriendin Sandra mij mee naar de ecologische finca van Martina, een Zwitserse dame die in La Laguna ooit de eerste biologische bananenfinca op La Palma begon.  Bananen zijn nog steeds haar belangrijkste activiteit, maar daarnaast heeft ze tussen de bananen overal planten en groente gezaaid/geplant, uiteraard ook volgens ecologisch/biologisch concept met het idee ‘ik kijk wel wat ervan komt’. Dit is uitgegroeid tot een soort jungle met overal prachtige bloemen, heel veel vlinders, je hoort bijen zoemen, het is ongelofelijk. En van buiten zie je er absoluut niets van, want de finca is, net zoals veel bananenplantages, omgeven door het bekende witte doek. Dan stap je door het toegangspoortje en sta je opeens in het paradijs! Héél bijzonder. En ze doet dat zo goed als alleen, met af en toe een beetje hulp.

In principe kan iedereen er kopen, je moet alleen even tevoren bellen of Martina aanwezig is. En dan vertelt ze je wat ze op dat moment allemaal heeft. Ze geeft ook rondleidingen als je dat wilt, en vertelt dan over haar manier van werken en waarom ze dat zo doet. Een heel ‘down to earth’ persoon, met de voeten stevig in de aarde, niks geen zweverig gedoe, wat mij vaak zo tegenstaat bij bio/eco fanaten. Martina zei ons ‘ik ben niet veganistisch, ook niet vegetarisch, ik eet geregeld een stukje vis of vlees, maar ik geef om de natuur en ga er graag goed en zorgvuldig mee om’.  Een vrouw om respect voor te hebben.

Sandra en Martina op zoek naar bleekselderij.
Overal prachtige bloemen.
En vlinders.
Nieuwe aanplant
Een paradijs.
Even tot jezelf komen kan ook.
Hier snijdt Martina snijbiet af voor Sandra. Lekker, roergebakken zoals spinazie.
Alles wordt afgewogen op een oeroud, roestig weegschaaltje. Ik kocht bananen, rucola en rabarber.
En dit is het enige bordje wat boven de ingang hangt. Sowieso moet je weten waar het is, spontaan vind je het nooit.

Dan was het deze week ook weer tijd voor een bezoek aan de kapper. Terwijl ik met mijn hoofd achterover in de wasbak hing, kwam buiten de visverkoper voorbij. Die rijden hier op La Palma rond in een (meestal) wit, Berlingo-achtige autootje, soms met een luidspreker erop en verkopen wat er die nacht in de haven van Tazacorte binnengekomen is. Bij Manuela, de kapster, komt hij altijd even naar binnen omdat zij niet zo snel naar buiten kan en hem anders mist. Deze keer had hij caballa (makreel). Daar had Manuela geen zin in, maar mij leek het wel wat. Dus terwijl mijn hoofd ingezeept en gemasseerd werd, vertelde de visboer dat de prijs 6 euro voor 2 kilo was. Dat is een beetje veel voor ons, dus doe voor mij maar 1 kilo. Ja maar dan is de prijs 8 euro en je kunt het toch invriezen? Nou, onze vriezer is niet zo groot en er ligt al veel in dus toch maar 1 kilo. Dus kreeg ik een zakje met 3 mooie makrelen. Dat hij even moest wachten totdat ik kon betalen (ik lag immers met mijn hoofd achterover in de wasbak) was geen probleem volgens Manuela. ‘Hij heeft geen haast’. En zo was het ook.

Thuisgekomen een video op YouTube opgezocht hoe ik die beesten moest schoonmaken, want dat was nog niet gedaan. En jawel, lang leve YouTube, beetje een kliederzooi maar fluitje van een cent, buik opensnijden, inhoud eruit halen, achter de kieuwplaten de kieuwen verwijderen, afspoelen en voilà, klaar voor de barbecue. Ik kan zo de vismarkt op !

Keurig gedaan, al zeg ik het zelf !

Dan is Karel bezig met ons volgende project. De ‘wintergarten’ boven op ons huis. Mooi Duits woord, hoe noem je dat in het Nederlands? Serrekamer of zo? In ieder geval deden we er nog niet zoveel mee. Ziet er leuk uit, heel zen/japans-achtig, maar omdat de ruimte niet van binnenuit ons huis te bereiken is, wordt hij tot nu toe alleen als opslagplaats gebruikt. Doodzonde, want je hebt er een fenomenaal 360° uitzicht over het hele Aridanedal. Nou, een stukje opslag blijft bestaan, maar alleen het achterste deel. Wij hebben een heel groot terrein, maar ons eigen huis is niet zo groot en het ontbreekt vooral aan opslagruimte. Het idee was om ergens een houten chaletje te plaatsen voor de gereedschappen etc. Dit staat nu allemaal in een kleine serre die grenst aan onze woonkamer, maar dat is een bende en ziet er niet uit. Bovendien willen we die ruimte ook nog gaan opknappen en meer als woonruimte gaan gebruiken. Nu gaan we alles eerst maar eens boven netjes opslaan en als dat toch niet bevalt, dan kunnen we altijd dat chaletje nog gaan neerzetten.  Aldus begonnen met het verven van de onbewerkte vloerplaten, zodat het er niet meer zo ‘bouwkeet-achtig’ uit ziet en het leggen van plintjes langs de muren. Dan worden in het achterste deel alle gereedschappen en de overgebleven archiefdozen opgeslagen, hetgeen wordt afgeschermd met een gordijn. Een rood gordijn, dat wilde Karel. Ik ben altijd meer van van de ‘rustgevende’ kleuren, felle kleuren is niks voor mij eigenlijk. Een blauwe of rode keuken heeft Karel er dan ook nooit doorgekregen, alhoewel we er toch al enkele geplaatst hebben in ons gezamenlijke leven. Nu moest ik dan toch maar eens water bij de wijn doen. Ze hangen nog niet, en als het echt heel erg is, zijn ze zo weer vervangen, heb ik bedacht 😉 . Wordt vervolgd.

de wintergarten
Muur schoonmaken en schilderen. Er liggen een soort onbehandelde geperste houtplaten op de vloer.
Vloer geverfd, plintjes leggen en het ziet er zo al een heel stuk beter uit.
Deze bende is ons een doorn in het oog, moet naar boven.

Dan hebben we nog een tweede koningin van de nacht denken we, althans ook een nachtbloeier, met enorme, prachtige bloemen. Nog veel groter en mooier dan de cactus die een paar weken geleden bloeide.

Deze gigantische knoppen ontdekten we afgelopen woensdagmiddag opeens.
Dit was om twaalf uur ’s nachts.
Zaklamp erbij gehouden om betere foto te kunnen maken.
Prachtig toch ?
En een dag later is er alleen dit nog maar van over, zonde dat het maar zo kort duurt.