In het vorige blogbericht schreef ik nog redelijk luchtig over een mogelijke vulkaanuitbarsting, waarin eigenlijk niemand hier echt geloofde op dat moment. Alle Palmero’s die we spraken zeiden ‘och er gebeurt niks, dit hebben we al zo vaak meegemaakt’. En bovendien, als het al zou gebeuren, dan zou het een heel stuk zuidelijker plaatsvinden, aldus de vulkanologen. En ik zag ons al dansen, dansen, dansen ……

Inmiddels heb ik geen dansschoenen meer, dus dat gaat er niet van komen.

Vorige week vrijdag zijn we relaxed naar Nederland gegaan. Wel nog, beetje lacherig eigenlijk, onze belangrijkste documenten in een paar verhuisdozen gedaan en bij vrienden neergezet. Voor het geval dat, maar eigenlijk leek het een beetje overdreven. De laptop toch maar meegenomen, ook al hadden we hem niet direct nodig voor die paar dagen, en verder een koffertje met handbagage.

Op vrijdag waren de seismische activiteiten een stuk minder, op zaterdag hebben we er daardoor niet meer zo heel veel aan gedacht (hoewel we wel de sociale media bleven volgen uiteraard) en hebben we genoten van het trouwfeest. Op zondag bleken de activiteiten enorm te zijn toegenomen en opeens, om een uur of 4 NL tijd, zagen we een bericht in een van onze appgroepen dat er een uitbraak was. En wel in een rechte lijn de berg op boven ons huis op zo’n 2,5 km afstand. Oeps. Wat nu? Onze terugvlucht was op woensdag gepland. En hoewel diverse mensen ons zeiden ‘blijf toch in Nederland, hier zijn jullie veilig’, voelde dat totaal fout. We wilden terug, ons hele hebben en houden was immers op La Palma. Dus vluchten geboekt voor maandag. Met omwegen, via Madrid en Gran Canaria naar La Palma. We waren bang dat we zouden stranden op Gran Canaria, maar gelukkig was de luchthaven op La Palma open. Naar ons huis konden we niet meer terug, want het hele gebied onder de vulkaan was al hermetisch afgesloten, iedereen was geëvacueerd. Gelukkig konden we terecht in een appartement bij vrienden.

Onderweg al vielen onze monden open van verbazing en ontzetting toen we door de tunnel waren en door El Paso reden. Een enorme vuurkegel zagen we in de lucht en een heleboel inktzwarte rook. Hoe dichter we in de buurt van de vulkaan kwamen, des te groter werd het lawaai. Ook werd het drukker en drukker onderweg, overal stonden schots en scheef auto’s geparkeerd van ‘vulkaantoeristen’ die aan het filmen of foto’s maken waren. We kwamen er met moeite door. In het donker werd het nog angstaanjagender, maar ook ontzettend spectaculair en indrukwekkend. Vanuit ons appartement hadden we eerste rang zicht op de vulkaan, gelukkig aan de goede kant gelegen. Een vuurspuwende, grommende berg, een enorme vonkenregen om de vuurkegel heen en je zag brokken magma en weet ik wat al niet meer in het rond vliegen. En het lawaai, alsof je op een vliegveld staat waar constant vliegtuigen landen, enorme knallen van gasexplosies, een op zijn grondvesten trillend huis met in de sponningen rammelende vensters en deuren. Toch maar proberen te slapen.

We hadden al begrepen dat de huizen van vrienden die een stukje beneden ons woonden die dag vernield waren door de lava, maar dat de stroom rakelings langs ons huis en dat van onze buren was gegaan. Toch een soort van opgelucht ademhalen. Toen nog wel. De volgende ochtend wilden we in de richting van ons huis proberen te komen om te kijken hoe de situatie daar was. Maar bij opstaan lazen we een appje van vrienden die ons lieten weten hoe erg ze het vonden van ons huis. Huhhh?? Bleek er op de internetkrant El Time op de eerste pagina een luchtfoto te staan die precies boven ons genomen was. Met daarop de enorme lavastroom die al bij onze poort was aangekomen. Hoewel we wisten dat dit er dik in zat, waren we lamgeslagen. Het kan niet waar zijn, ons mooie en fijne huis, de appartementen waar we zo trots op waren, de tuin waarin we (vooral Karel) ontelbare uren gestoken hadden, alles weg.

Bizar om je eigen huis zo tegen te komen op internet. In de cirkel staat ons huis, met de brandende lava al in de tuin. Op de achtergrond de lavastroom van de dag ervoor.

Toch hielden we twijfel, misschien is de stroom toch afgebogen, zijn alleen de appartementen weg en is ons huis gespaard gebleven. Wensdenken. Vervolgens kregen we een droneopname onder ogen waarop de huizen van onze beide buren duidelijk te zien waren, nog volledig intact, met daar tussenin alleen nog een brede zwarte strook. Wel zagen we nog de ‘blauwe olifant’, de watertank, staan en een stukje tuin. Weer wilden we het gewoon niet geloven en reden we erheen met een verrekijker. Alles was afgezet, maar nadat we aan de Guardia Civil hadden uitgelegd dat ons huis daar iets verderop zou moeten staan en we graag zekerheid wilden hebben, mochten we onder begeleiding een stukje de Camino Campitos oplopen (de straat waarvan we met smart op het asfalteren gewacht hadden, zie eerdere blogs) om een beter zicht te hebben. Maar hoe we ook zochten, we vonden niks meer. Dan ga je aan jezelf twijfelen, vanaf hier zagen we ons huis toch altijd? Of vergissen we ons? De agent vroeg steeds, weet je zeker dat het van hieraf te zien was, laten we nog een klein stukje verder lopen. Maar er was gewoon niks, wel zagen we de blauwe olifant en de twee grote dennen in onze benedentuin. Uiteindelijk mochten we niet verder lopen, we kwamen te dicht bij de lavastroom. ‘Lo siento mucho’ – het spijt me zo, zei de agent, maar ik denk dat het huis er echt niet meer staat. Kort daarna kregen we een nieuwe foto onder ogen die we konden inzoomen. Onherroepelijk bewijs, het stukje benedentuin met de blauwe olifant is er nog, het zwembadje is nog te zien en ons washok staat er ook nog. Helemaal intact met de deur dicht en de wasmachine, droger, hoge druk reiniger en nog wat zaken er vermoedelijk nog in. Van de appartementen is geen spoor meer te bekennen. Ons huis is niet door de lava verzwolgen, de stroom loopt er precies langs, maar is afgebrand. Het dak is weg, er resten alleen nog een paar geblakerde muren.

Onder de grote zwarte strook lava, tussen het witte en gele huis, stond ooit Finca Paraíso. Het enige overgebleven stukje is links van het gele huis, zonder inzoomen eigenlijk niet te zien.

Nu, een paar dagen later, kan ik het opbrengen om erover te schrijven. Maar terwijl ik dit schrijf, gieren de emoties weer door me heen, krijg ik een hartslag van 200 en lopen de tranen me over de wangen. Finca Paraiso is niet meer. Het is niet anders. Hoe we verder moeten, is op dit moment nog een grote vraag. Het moet eerst bezinken, de vulkaan moet tot rust gekomen zijn en wijzelf moeten heel veel zaken nog op een rijtje zien te krijgen.

Ons verhaal is slechts één van de vele trieste verhalen die zich op dit moment op La Palma afspelen. Inmiddels zijn er bijna 400 huizen verwoest. Het is een enorm drama. En de vulkaan gaat door, zijn honger is nog niet gestild. Deze uitbraak kan, als we pech hebben, wel 90 dagen duren.

De website heeft natuurlijk geen enkele functie meer nu. Maar omdat dit blog eraan gekoppeld is, blijft hij nog even in de lucht, totdat we het blog op een andere manier kunnen voortzetten.