Op de bovenstaande foto staat onze Madagascar palm. Hij heeft het lange tijd niet zo goed gedaan, maar begint nu steeds mooier te worden. Eigenlijk zouden we hem moeten overplanten, maar hij heeft zulke afgrijselijke stekels op de stam, dat we de moed nog niet bij elkaar geschraapt hebben.

Net als in Nederland zijn ook hier de corona-cijfers behoorlijk gestegen sinds de discotheken weer opengingen. Bijna gedurende de hele pandemie is La Palma op nivel 1 gebleven, maar opeens zitten we in nivel 3. En dat waren we niet gewend. Op sommige stranden (niet alle, dat is dan wel weer raar), zijn de ‘afbakeningspaaltjes’ terug, waarmee je je eigen bubbel kunt (moet) begrenzen. Het maximum aantal personen aan tafel in restaurants is teruggegaan van 10 naar 6 en de horeca sluit weer wat vroeger. Maar verder merken we er in het leven van alledag nog steeds weinig van. Behalve dan dat TUI opeens weer hals over kop stopte met vliegen (zucht …..). Inmiddels hebben ze kennelijk bedacht dat dat toch wel erg overhaast was en is het schema weer opgepakt.

Het leven op La Palma ervaren wij nog altijd als een voorrecht waar we met volle teugen van genieten. Maar soms word je met de neus op de feiten gedrukt dat we ver van Nederland zitten. Met name wanneer er binnen onze familie dingen gebeuren waardoor je er eigenlijk gewoon wilt zijn. Ook al kun je niet daadwerkelijk iets doen. Deze situatie geldt voor ons natuurlijk al 18 jaar, toen we in Frankrijk woonden konden we eveneens niet à la minute vertrekken. Het is de consequentie van de keuze die we gemaakt hebben en dat accepteren we ook, maar af en toe is het lastig.

Ok, ander onderwerp. Ons dakraam is klaar. Het licht stroomt binnen in onze woonkamer, het is een genot. Karel heeft meteen een zonnebril gekocht, want al dat licht opeens aan zijn gevoelige ogen, het was gewoonweg te veel 😊. We verheugen ons nu al op een bewolkte winterdag, waarop we niet meer overdag de verlichting aan hoeven te doen. Het was een hele klus voor de bouwers in de felle zon op het dak en voor ons weer eens heul veul stof in huis, maar het was het waard. Zelfs ´doemdenker´ Alex, de albañil, was tevreden over het resultaat. Hij gelooft, het is echt waar, dat het ook 100% waterdicht is! We gaan het snel zien, want moeten het bouwstof nog van het venster en de omliggende dakpannen afspuiten. Maar hij ligt er niet meer wakker van, aldus Alex zelf.

finca paraiso la palma dakraam
Voorzichtig !
Op zijn plaats.
En er was licht.

Onze patchwork agave, die in het voorjaar ging bloeien met een wel 7 meter hoge stengel, is door Karel omgezaagd. Dat wil zeggen, de stengel is eruit, de ‘triffid’ is niet meer. Sinds mijn zus en ik op het VWO voor onze leeslijst Engels (ja, toen moest je nog boeken lezen voor je examen) het boek ‘The day of the triffids’ van John Wyndham gelezen hebben, een in zijn tijd spectaculair science fiction boek, noemen wij de bloeiende agaves, die we tijdens onze vakanties naar de Costa Brava veelvuldig zagen, altijd ‘triffids’. Triffids waren hele enge planten, die zich konden verplaatsen en de halve wereld blind maakten of vermoordden met hun lange angel aan een stengel. Uiteindelijk belandde een groep overlevers op een eiland en hoe het verhaal precies afloopt weet ik niet meer, maar ik neem aan dat de triffids overwonnen en ‘gedomesticeerd’ zijn, gezien het feit dat wij hier nu in vrede leven op La Palma met onze triffids. En niet blind worden.

Ach, in principe is onze triffid ten dode opgeschreven nu zijn stengel uitgebloeid is. Maar omdat Karel zich intussen toch wel aan de plant gehecht heeft, bedacht hij om deze er meteen na de bloei uit te zagen. Een soort vasectomie zeg maar. Zich niet meer kunnen voortplanten om hopelijk te kunnen overleven.

Korte metten

Hij ziet er nu zo uit.

Eerlijk gezegd lijkt me zijn beste tijd voorbij, het degeneratieproces heeft zijn intrede al gedaan. Het is niet anders.

Aan de oostkust van La Palma, onder het plaatsje Villa de Mazo, ligt Salemera. Salemera heeft een strandje, een kiosko en een aantal al dan niet illegaal gebouwde huisjes. Verder is er niets. Maar het is genoeg, meer is soms niet nodig om te genieten.

Je kunt bij de kiosko onder een provisorische rieten zonwering met de zandkorrels tussen je tenen heerlijk vis eten, begeleid door een witte wijn van La Palma. In de tijd dat we hier nog op vakantie kwamen, gingen we er elke keer eten. Maar sinds we hier wonen zijn we er niet één keer meer geweest, het is opeens héél ver om naar Mazo te rijden. Het moet niet gekker worden, bedachten we ons afgelopen zondag, dus stapten we in de auto en reden erheen. Wel even tevoren gebeld, want op zondagmiddag is het niet altijd evident om zonder reservering een tafel te krijgen. Maar de alleraardigste dame die de telefoon opnam had nog een plekje voor ons. ‘Welke naam kan ik noteren?’ ‘María’ zei ik (Marja spreken ze hier uit alsof ze een ernstige keelziekte hebben, dus ben ik hier gewoon Maria). Maar de halve vrouwelijke bevolking heet María. Dus ze zegt ‘¿María, y qué más?’ Maria en wat nog meer? Maria alleen volstaat namelijk niet. Dus zei ik ‘María Antonia’, dat is mijn tweede doopnaam. Vermeulen of Brummer, daar begin ik niet eens aan. ‘¡Ah, María Antonia!’ Dat is ook een in Spanje veel voorkomende naam, want katholiek. Vaak als ik die namen noem, wordt mij gevraagd of mijn vader of mijn moeder Spaans is, haha. Toen was ze helemaal tevreden en werd de tafel voor María Antonia genoteerd.

We hebben er heerlijk gegeten, een salade met verse tonijn en avocado, viskroketjes, gefrituurde chipirones, kleine inktvisjes, en papas arrugadas, gerimpelde Canarische aardappeltjes, met aioli. En limoencrème na. En alles zowaar geserveerd in/op mooie schaaltjes en borden.

Verrukkelijke salade
Hele goede viskroketjes.

Daarna gingen we nog even naar het strand. Het strand van Salemera is namelijk het enige strand op La Palma met wit zand. Het heet dan ook Playa Arena Blanca, (arena blanca = wit zand). Oordeel zelf. Misschien zijn er ooit een paar kruiwagens wit zand omgekiept en als je héél goed kijkt, zie je nog hier en daar wat witte zandkorrels. De rest is vast weggespoeld. Maar ja, what’s in a name.

Ja, er zitten echt witte zandkorrels tussen.
Het ‘witte strand’ van Salemera. Toen ik het de eerste keer zag, vroeg ik me af of ik misschien plotseling kleurenblind was geworden.
De oceaan was onstuimig die dag.
Zwemmen zat er niet in.