Bijna 3 weken en een heleboel nispero-taarten verder is het tijd voor een update. Nadat ik de vorige keer geconcludeerd had, dat we eigenlijk niet zo vaak meer in het noorden van het eiland komen, besloten we dat het hoog tijd was voor een rondrit. Een ‘dagje uit’ zeg maar. Natuurlijk moest wel het nuttige met het aangename gecombineerd worden. Karel is altijd erg van het combineren van zaken. Als ik in Frankrijk met een vriendin ging winkelen in Dijon, kreeg ik altijd opdrachten mee. ‘Rijd even naar de Leroy Merlin voor kabelgootjes, ga even langs Ikea voor een paar scharnieren en vergeet op de terugweg de Metro (horeca-groothandel) niet, er is magret de canard in de aanbieding, haal er maar 20, jullie komen er toch praktisch langs. Daardoor werd onze ‘shoptijd’ drastisch ingekort, want voordat ik al die opdrachten had uitgevoerd ….. Gevolg: na hier een paar keer ingetrapt te zijn, weigerde ik voortaan categorisch om wat dan ook mee te nemen tijdens onze winkeldagen. Hetgeen enkele pittige discussies met manlief ten gevolge had, ‘want het is toch onzin dat je dat niet wilt doen, waarom 2x rijden, hoeveel uren moeten jullie nou eigenlijk winkelen dan’. Etcetera. Uiteindelijk legde Karel zich erbij neer dat 1 (snelle en gemakkelijke) opdracht het maximaal haalbare was.

Afijn, zo ook vorige week. ‘Dan gaan we gelijk even naar de Vivero Insular in Puntallana voor nog wat planten’. Daar kon ik mee leven, dat is altijd leuk. We hadden nog een paar extra Canarische lavendels nodig en ook een tabaiba dulce – wolfsmelk, ter vervanging van een ter ziele gegaan exemplaar. Toen we langs de drago’s liepen, bedachten we dat we er wel eentje mee konden nemen voor onze bovenbuurvrouwen. Die hadden alleen een heel piepkleintje staan. We hadden sowieso van hen al een bestelling voor wat andere planten. Wij hebben daar vorig jaar 8 drago’s gekocht voor 3€ per stuk. Deze waren misschien ietsje groter dan die van ons toen, maar ook weer niet zo heel veel. Toen we de prijs vroegen, zei de chico ’25€ per stuk’. Toen wij zeiden dat we nog geen jaar geleden 3€ voor een vergelijkbare betaald hadden, riep hij naar zijn collega die iets verderop aan het werk was ‘Hombre, wat kosten deze drago’s?’ En ook hij: ’25€’. Nou, zei ik, dan laat maar. Het is bedoeld als spontaan aardigheidje voor onze buren, dat vinden we te veel. Waarop hij om zich heen keek en zei ‘Niet erover praten, maar ik geef je er een cadeau. Kofferbak open en we zetten hem erin’ 👏😆. Kijk, daar worden we blij van!

Onderweg naar de Vivero Insular zagen we op de LP102 een afslag naar ‘Puerto Trigo’. Daar waar de weg ophield, vonden we dit kleine strandje.

Daarna doorgereden naar de zwembaden van La Fajana bij Barlovento, één van onze favoriete plekken. De oceaan was spectaculair wild, we hebben er koffie gedronken en genoten van het golvenspektakel. Jammer nou voor Karel dat de zwembekkens gesloten waren, hij had graag ook fysiek van de golfjes genoten.

De hond des huizes begroette ons (en alle andere bezoekers) op het terras met een stok, die vervolgens weggegooid moest worden zodat hij hem weer kon ophalen. En dat zo een keer of 10 achter elkaar. Als je het welletjes vond, ging hij voor je zitten met een erg indringende blik, zodat je de stok toch maar weer een keer wegslingerde. Ik vond hem er nogal ‘pitbullerig’ uitzien eerlijk gezegd, niet mijn favoriete hondensoort.

Vervolgens zijn we vanaf Barlovento via Las Mimbreras over de LP109 naar Garafía gereden. Een weg die we nog nooit gereden hadden maar die prachtig is. Met een aantal ijzingwekkend donkere en smalle, ruw uit de bergen uitgehakte tunnels. De moeite waard.

Eén van de tunnels op de route.
Spectaculair mooi.

Ongeveer bij Roque del Faro kwamen we weer op de LP1 uit. Waarna we bij Llano Negro de LP112 naar Santo Domingo namen. Ook al een weg die we nog niet eerder genomen hadden. In Santo Domingo hadden we met vrienden afgesproken bij Restaurante El Bernegal. Een mooi oud pand, keurige bediening, netjes opgemaakte borden en prima eten. Een aanrader als je eens in die hoek bent.

Uitzicht over Garafía.
Ondanks de regen van enkele dagen ervoor, was er toch nog behoorlijk wat amandelbloesem te zien.
Een oorlogsmonumentje dat we onderweg naar Santo Domingo tegenkwamen.
Helaas zijn de sporen van de brand van vorig jaar augustus nog goed te zien.
Groen, groener, groenst

Afgelopen week zou het carnaval geweest zijn. Maar nu even niet vanwege welbekende redenen. En dat is heftig voor de Palmero’s. Carnaval is een van de hoogtepunten van het jaar, er wordt maandenlang naartoe geleefd en tijdens de carnavalsweek (of weken) ligt het openbare leven zo ongeveer stil. Om te voorkomen dat er toch illegale privé-carnavalsfeestjes georganiseerd zouden worden, kregen we voor 1½ week enkele extra beperkingen opgelegd. Een avondklok (die we niet meer hadden sinds begin januari) vanaf 22h00 en met maximaal 6 personen samenkomen of aan tafel in een restaurant. Om toch een beetje een carnavalssfeertje te hebben, waren er in Los Llanos op de Plaza de España grote foto’s van eerdere carnavalskoninginnen geplaatst en waren alle officiële carnavalsposters van de afgelopen jaren aan straatlantaarns opgehangen. Hier en daar zag je een felgekleurde pruik maar dat was het dan ook wel.

Het balkon van het gemeentehuis, vanwaar normaliter tijdens de ‘Polvacera’ het gekleurde poeder over de massa wordt gespoten.
Een foto van een vorige Polvacera.
Enkele dames in hun spectaculaire carnavals ‘japonnen’
De carnavalsposter van 1997

Op maandag in Santa Cruz, normaliter de grote dag van het witte Los Indianos feest, was het ook zeer rustig. Een vriendin die er toch even een kijkje was gaan nemen vertelde dat er wel wat mensen in de mooie nostalgische witte kleding rondliepen, maar die waren op één hand te tellen en geen talkpoeder te zien. Volgend jaar nieuwe ronde nieuwe kansen.

Dit hebben we ook gemist dit jaar. Karel vond het niet erg 😉

En …… zou het nu echt gaan gebeuren?? Begin deze week kregen we opeens het onderstaande bericht van de gemeente Los Llanos. Vergadering van vecinos (buurtbewoners) met de alcaldesa/mevrouw de burgemeester op woensdagmiddag om 13h30 bij het kruispunt Campitos/Vinagrera ivm de komende werkzaamheden aan de Camino Campitos. De onverharde weg bij de beneden-parkeerplaats. Dus daar moesten we bij zijn.

De aankondiging van de vergadering.

Jawel, volgende week (volgens de projectleider die er ook was, ojalá 🙏🙏) wordt er begonnen met het verbeteren van het stuk weg vanaf de Camino Vinagrera (het blauwe huis, voor degenen die hier al eens waren) tot aan het kruispunt ‘Cinco Caminos’ (bij de vuilniscontainers op de Camino Pastelero), dus precies dat gedeelte waar wij zo vaak overheen rijden. Eerst leidingen vervangen, dan voorbereidingen voor de straatverlichting en daarna asfalteren. Over met al het stof op de auto, geen kuilen meer (en bij regen kniediepe plassen – gebeurt niet zo vaak maar is dan wel heel vervelend) om doorheen te hotsen en geen wissel van banden meer elke 15.000 km omdat er geen profiel meer op zit. Het zal zo’n 3,5 à 4 maanden gaan duren (we rekenen met het dubbele) en wordt stukje voor stukje gedaan. We zijn in hele blijde verwachting.

Nog even de ‘oude’ Campitos op de gevoelige plaat vastgelegd voor het nageslacht.

Nadeel is dat we nu zowel boven als onder ons een bouwput gaan krijgen. Hopelijk gaat onze supersmalle ‘Camino El Paraíso’ niet als sluipweg gebruikt worden, want van veel tegemoetkomend verkeer word ik in ieder geval niet blij. Degenen die de straat kennen, weten wat ik bedoel.

Nog een paar culinaire uitspattingen van de afgelopen weken:

En nog even onze prachtig bloeiende mimosa.