Transavia laat ons in de steek – Maar we blijven lachen – Cacher la misère

Transavia laat ons in de steek – Maar we blijven lachen – Cacher la misère

Het gesprek van de dag op La Palma (in ieder geval onder de Nederlanders en Belgen) is momenteel toch wel de chaos in luchtvaartland. Om de haverklap krijgen we negatieve berichten voor de kiezen. Eerst kondigde Transavia aan het komende zomerseizoen niet meer rechtstreeks op La Palma te vliegen. En deze week komt er nog eens overheen dat Transavia ook deze winter de vluchten heeft geschrapt. Uit economische gronden. Wel begrijpelijk met alle covid-ellende, maar een grote klap voor ons eilandje en bovendien héél erg zuur, omdat er op La Palma nauwelijks corona-besmettingen zijn. Hoe veilig wil je het hebben tijdens je vakantie? Wijzelf hadden vluchten geboekt naar Nederland in december. Vorige week nog met Transavia geappt of deze al dan niet zouden doorgaan. ‘Ja hoor, ze gaan gewoon door, maar we zijn achter de schermen het vluchtschema aan het optimaliseren en mocht er toch nog verandering in komen, dan hoor je het uiterlijk 2 weken tevoren’. Grrrrrrr  )-:   )-: 

Dus nu zijn we aan het kijken om via Gran Canaria te vliegen. Op Gran Canaria en Tenerife vliegt Transavia nog wel. Dan gaan we van La Palma naar Gran Canaria en terug met Binter Canarias of Canaryfly, de maatschappijen die tussen de eilanden vliegen. Ook voor gasten eventueel een optie.

Maar er zijn gelukkig ook nog enkele mogelijkheden om ons mooie eiland rechtstreeks te bereiken. TUI Nederland heeft deze week bekend gemaakt dat zij vanaf eind december 2020 tot eind september 2021 2x per week rechtstreeks op La Palma gaan vliegen, de tickets hiervoor zijn al boekbaar. Ook vliegt Condor vanuit Düsseldorf nog altijd rechtstreeks op La Palma. Met name vanuit Oost- en Zuid-Nederland is dit wellicht ook een goede optie. We hebben in de afgelopen 2 jaar vrij veel Nederlandse gasten gehad die met Condor vlogen. Met Iberia is het normaliter meerdere malen per week mogelijk om vanuit Amsterdam of Brussel met een overstap in Madrid naar La Palma te vliegen. Vooralsnog heeft Iberia echter een groot deel van het vluchtschema geschrapt en wat er nog wel boekbaar is, is belachelijk duur. Maar wie weet wijzigt dit in de komende weken. Niets is tenslotte zo veranderlijk als de luchtvaart in deze tijden.

Maar al met al is het hier natuurlijk voorlopig nog heel rustig. Alhoewel er toch regelmatig ook een boeking binnendruppelt voor de korte termijn. Deze week een boeking van 9 nachten gekregen van mensen uit Salamanca en van 4 nachten (voor de korte termijn hebben we het minimum verblijf verkort naar 4 nachten) van een stel uit Gran Canaria. Zo sukkelen we voort en met ons velen op de eilanden.

Maar we blijven lachen. En besloten deze week om de misère te verbergen, ‘cacher la misère’ zoals de Fransen zeggen. Waarbij dit nu eens niet op de misère van de algehele situatie slaat maar op de airco-units die aan de gevel van onze vakantiewoningen hangen. Dat was voor Karel (onze estheet), en voor mij ook wel een beetje, grote misère, hij sliep er bijna slecht van 😉. Superlelijk was het, maar ja, die dingen moeten nu eenmaal ergens hangen. Maar toch, het knaagde en vrat aan hem, elke week weer kwam het onderwerp ter sprake.

Aaargh, wat een uitzichtvervuiling !

En opeens kwam Karel met de oplossing. We gaan ze verbergen achter houten planken die we in dezelfde kleur als de muur schilderen. En met behulp van de Man met de Gouden Handen die gelukkig tot onze vriendenkring behoort, is het project uitgevoerd.

Man met Gouden Handen heeft beugels gelast
Karel mag helpen.
De boel moet wel ventileren, dus ruimte tussen de planken en onder + boven open gelaten
Klaar! Het lijkt net een balkonnetje zo. Stuk beter (vinden wij althans).

Man met gouden handen vond het eigenlijk maar onzin, ‘want overal hangen die dingen toch’, maar moest toen het af was wel toegeven dat het er nu een stuk beter uitziet. En ……. eind goed al goed, Karel slaapt weer !

Verder zei Karel me twee weken geleden nog om geduld geduld geduld te hebben met onze vijgenboom. Hing vol met vijgen maar die rijpten naar mijn idee niet af en dat zou dacht ik ook niet meer goed komen. Maar hij had gelijk. We oogsten momenteel dagelijks een kistje vol dikke, sappige vijgen, héérlijk. Dus bakt Karel vijgentaart volgens 3 verschillende recepten, die vervolgens uitgedeeld wordt aan gasten, de pingpong club en de buren, heb ik vijgenjam gemaakt, eten we salade met warme geitenkaas en vijgen, ontbijt ik met yoghurt met vijgen en ga zo maar door. Het einde is nog niet in zicht, maar beu zijn we ze nog niet.

De dagelijkse oogst zo’n beetje
Taart in wording
Salade warme geitenkaas met vijgen en balsamico
Vijgenjam
Tussen de bedrijven door dronken we een tinto de verano – mag nog in september 🙂

We hebben een moestuin ‘under construction’. Wanneer hij klaar is, valt op dit moment niet te zeggen, we hebben het zó druk…… Maar we kregen al wel allerlei plantjes en stekken van vrienden. Dus zijn we maar alvast begonnen om die in potten te zetten.

De bosuitjes schieten omhoog, sneller dan het licht.
De basilicum begint al op een bosje basilicum te lijken
De aardbeien overleven het verplanten wel. Het kleine groene ding links is een stek van een physalis (zo’n knaloranje vruchtje in een lampionnetje), maar heb er een hard hoofd over in of die het gaat redden.

En dan dit weekend kaasfondue gegeten. Het is tenslotte oktober en ‘es geht auf Winter zu’, zoals de Duitsers dat zeggen. Zelfs hier op La Palma, ook al merken we daar vrij weinig van tot nu toe.

Kaasfondue met pesto en gedroogde tomaatjes. Voor de variatie. Lekker !
Website in het Spaans – Blauwe olifant in de tuin – Fruitoogst

Website in het Spaans – Blauwe olifant in de tuin – Fruitoogst

Na afgelopen week wederom een calima te hebben gehad met temperaturen van ver boven de 30°c en idem dito nachten, opnieuw een bosbrand, dit keer in Tijarafe, die gelukkig wat minder ernstig was dan in Garafía waar ik vorige keer over schreef, en ook nog een kleine uitbraak vlak bij ons, is de rust weergekeerd en de temperatuur back to normal.

Ik heb opnieuw zo’n 2½ week in de winkel in Los Llanos van mijn Duitse vriendin gewerkt, die naar Duitsland moest. Maar veel loos was er niet, je merkt erg goed dat er heel weinig toeristen op het eiland zijn.

Wijzelf hebben gelukkig wel een goede maand augustus achter de rug. Waren helemaal volgeboekt, voornamelijk met Spaanse gasten, hetzij van het vasteland dan wel van één van de andere eilanden. We hebben zelfs gasten gehad die in het centrum van Los Llanos (7 km verderop) in een appartement wonen en een paar dagen wilden ontspannen. Pech voor hen was dat ze er uitgerekend tijdens de hele warme calima van twee weken geleden waren. Gevolg: ze hebben alleen binnen gezeten met de gordijnen dicht en de airco aan. Tja. Ook voor september hebben we enkele last-minute boekingen gekregen van gasten uit Huelva en van buureiland La Gomera. Reden voor ons om ons toch wat meer op de Spaanse markt te gaan richten en onze website in het Spaans te vertalen. Maite, onze lerares Spaans, heeft dat voor ons gedaan. En ik zei de gek heb het zowaar voor elkaar gekregen om alles goed werkend online te krijgen. Kostte wel wat tijd, want moest alles 100x checken en als ik hier iets veranderde, dan ging er daar weer wat fout, maar het is gelukt.

Finca Paraiso La Palma spaanse website

Behalve gemeentewater en galerijwater (waarover ik al eerder geschreven heb), hebben we ook de beschikking over ‘gietwater’, ook ‘bananenwater’ genoemd. Dit water is niet geschikt voor consumptie, is alleen bedoeld voor het bewateren van de tuin. Is daarom ook goedkoper dan gemeentewater. Wij krijgen dit via de Camino Campitos onze tuin binnen, er staat daar ook een aparte watermeter. Helaas is dit water niet altijd beschikbaar. En aangezien onze tijdklokken voor de bewatering ingesteld staan op 3x per week 30 minuten in de avond/nacht, komt het regelmatig voor dat er op die momenten geen water is en de planten dus niks krijgen. ’s Ochtends om een uur of 9 is er dan opeens wel water, dan moeten we met de hand de tijdklokken één voor één gaan aanzetten (zijn er 6). Is niet handig en bovendien moet je steeds controleren of er wel of geen water is geweest tijdens de vaste bewateringsnachten. Dat moest veranderen. We hadden bedacht dat er een tank moest komen met een vlotter erin, zodat áls er water is, de tank dan automatisch gevuld wordt, zodat er ’s nachts vanuit de tank bewaterd kan worden en het niet meer fout gaat. Er waren 2 mogelijkheden, een tank laten bouwen, hetgeen prijzig is, of een kunststof tank kopen. Dan hoefde er alleen een betonnen fundering gelegd te worden, waarop de tank geplaatst wordt. En natuurlijk de nodige aansluitingen en een pomp om het water naar boven in de tuin te krijgen. Dat dan maar. Alleen was de tank van het formaat dat wij wilden alleen verkrijgbaar in het blauw. Maar ja, we hadden hem toch echt nodig, daarom toch maar besteld. Toen hij geleverd werd, moest ik meteen aan de autowas-stations in Frankrijk denken van Eléphant Bleu, we hebben nu namelijk een soort van blauwe olifant in de tuin staan. En dan bedoel ik ook echt blauw ☹ !

De Franse éléphant bleu
En onze blauwe olifant, wel een bijzondere, met 6 poten en zonder slurf.

Dus nu moeten we daar weer wat aan doen. Planten eromheen kan natuurlijk, maar dat duurt zo lang. ‘Mimbre’ misschien, een soort rieten scherm, of gewoon schilderen. Ik dacht aan donkergroen, maar toen zei iemand ons, met een donkere kleur krijg je sneller algengroei in het water, want warmt meer op. Die persoon adviseerde wit, maar wit is ook zo wit hè. En ik vraag me af of het nou zo’n groot verschil is of de tank hardblauw of donkergroen is, wat de algengroei betreft. Kortom, er wordt nog nagedacht en gediscussieerd, dus de tank zal nog wel even blauw blijven. In ieder geval loopt de bewatering nu perfect en hoeven we (nou ja, Karel) niet steeds meer te checken.

Dit is mimbre.
Een heel leidingen- en kranenstelsel weer erbij.

En we hebben de eerste manga’s aan onze bomen. Ja, wat in Nederland verkocht wordt als mango heet hier manga. Een manga, dat is iets anders dan een mango. Mango’s zijn ronder, kleiner dan manga’s en geel, terwijl manga’s ovaal, groen/rood en veel groter dan mango’s zijn. Maar het belangrijkste verschil is dat mango’s heel erg draderig vruchtvlees hebben. Daardoor kun je ze bijna niet snijden (tenzij ze nog niet zo heel rijp zijn, dan gaat het nog enigszins) en zijn ze niet lekker om zo te eten. Je moet het vruchtvlees als het ware van de pit afschrapen. Kortgeleden kregen we van vrienden een aantal mango’s (dank Anne en Tom). Anne vertelde dat ze er zelf al een paar keer confiture van gemaakt had. Nou zijn wij niet zulke grote jam-eters, dus leek het mij beter om er mangochutney van te maken. We hebben een goed recept dat we in Frankrijk vaak maakten en we erg lekker vinden. Wel steeds met manga’s dus en niet met mango’s. Maar moest ook wel lukken leek mij. Nou, dat is ook zo, alleen lijkt het meer op rabarber dan op chutney, door de draderige structuur. Maar met de smaak is niks mis.

Onze manga’s! 4 stuks hangen eraan. Nog niet veel, maar de boompjes staan er pas 2 jaar.
Mango en manga

Ook hebben we nectarines aan de boom, helaas maar 2 stuks, dus dat schiet niet op. En een tweede (wel overvloedige) oogst pitanga’s hebben we, heerlijke vruchtjes.De pitaya’s hebben gebloeid, maar vruchten krijgen we helaas niet. Schijnt vanwege de grote, diepe bloemen moeilijk te zijn voor de bijen om ze bevrucht te krijgen. Dan maar alleen genieten van de mooie bloemen.

En onze twee nectarines. Vorig jaar waren het er ook maar twee, maar lekker dat ze waren 😉
Pitanga, foto is wat onscherp.
De bijen doen wel hun best
Prachtige bloemen

De vijgenboom zit bomvol, maar ze rijpen erg onregelmatig, elke dag halen we er een of twee af, zo gaat het niet lukken om vijgenjam te maken. De afgelopen twee jaren was het hetzelfde en de laatsten rijpten helemaal niet meer. Ik dacht eerst dat we te hoog zitten voor vijgen, maar om ons heen staan diverse vijgenbomen met volop rijpe vruchten. Weet niet wat we fout doen. Geduld geduld zegt Karel, de zomer duurt voort, mañana mañana …….

Vijgen, nog groen en hard helaas.
In fase 1 van de desescalada – Dragobos project gaat door

In fase 1 van de desescalada – Dragobos project gaat door

Intussen zijn we aanbeland in fase 1 van de ‘desescalada’. In deze fase mogen we weer samen boodschappen doen waar we willen, met de auto het hele eiland over en mogen alle winkels onder de 400 m² weer open. Ook cafés en restaurants mogen weer open, maar dan alleen nog het terras en met 50% bezetting. In de praktijk blijven echter nog aardig wat winkels gesloten vooralsnog en heel veel cafés en restaurants eveneens. Dat is ook begrijpelijk, want met 50% van je capaciteit alleen op het terras zijn de kosten vaak hoger dan de baten. Vanaf fase 2, als alles goed gaat gaan we op 25 mei door naar die fase, mogen er ook binnen weer gasten ontvangen worden, 50% van de capaciteit, dan zullen er zeker meer openen. Maar aan de boulevard van Puerto Naos is echt alles nog dicht. Ook in Tazacorte Puerto is zo goed als alles gesloten en of ze daar zo snel weer open gaan?? Toeristen zijn hier de belangrijkste klanten en die zijn er niet. Het is triest om te zien hoe doods en uitgestorven het daar is momenteel.

Lastig is dat je nergens meer naar het toilet kunt als je in de stad bent. Wij hadden maandagochtend een hele lijst met boodschappen af te werken en op een gegeven moment was een bezoekje aan een toilet wel noodzakelijk. Maar helaas, toiletten bij de Lidl afgesloten, in de parkeergarage dicht, Trocadero-toiletten dicht en ook het café waar we koffie dronken had de ‘servicios’ afgesloten. Wildplassen dan maar? Liever niet (ik niet tenminste, dat is niet mijn ding), naar huis geracet en net op tijd gered, pfffff …

Het bakken gaat overigens gewoon door. De tuinafval-container-man vertelde ons dat hij behalve in containers ook iets in de bananen doet (zoals vele anderen hier), waarop Karel natuurlijk een beetje begon op te scheppen over zijn heerlijke bananencake. Dus stond hij afgelopen week aan de deur met een enorme tros bananen, zo’n 60-70 stuks, met de melding dat hij dan wel die ‘bizcocho famoso’ van Karel wilde proeven. Dus zijn er intussen alweer drie gebakken, één voor de gulle gever, één voor de dartclub (zijn we vrijdagmiddag ook weer mee begonnen) en één voor ons bezoek van zaterdagochtend. Nog wat bananen weggegeven en we zijn er alweer bijna helemaal doorheen.

De eerste bananencake is in de maak.

Nu we weer de deur uit mogen, kan Karel verder met zijn dragobos. Van Ito, onze tuinman, hadden we een tip gekregen dat er in Puntagorda een adres is waar we grotere drago’s kunnen kopen tegen schappelijke prijzen. Dus wij woensdag naar Puntagorda gereden, in de veronderstelling dat we bij een soort van tuincentrum terecht zouden komen. Vooraf gebeld, de eigenares, een Zwitserse dame, zou ons bij het benzinestation in Puntagorda om elf uur opwachten, want anders zouden we het niet vinden. Dat werkte prima, ze was er op de afgesproken tijd. Achter haar aan gereden naar haar ‘tuincentrum’. Bleek dat ze een enorm terrein gekocht heeft van een Duitser met daarop de restanten van wat ooit een drago- en palmenkwekerij is geweest, in behoorlijk verwaarloosde staat.

In de drago-jungle.
Enig achterstallig onderhoud.

Maar die ‘restanten’ bestonden uit een ongelofelijke hoeveelheid drago’s, echt een oerwoud aan drago’s van verschillend formaat, allemaal in kuipen vol met onkruid eromheen en deels al door de bodem van de kuip geworteld in de aarde. Ook palmen stonden er, waarvan veel de ziekte hebben die hier helaas onder de Canarische palmen heerst en die er niet zo best aan toe waren. Uiteindelijk hebben we niks gekocht, want zo groot hadden we ze ook weer niet bedoeld en met een prijs van 100 euro per stuk (op zich niet duur voor dat formaat drago’s, maar Karel wil er zo’n 8 à 10 hebben) en dan nog het vervoer (want loodzwaar in die kuipen, snel 150 kilo volgens de verkoopster, dus zelf vervoeren is geen optie) zou dat toch een dure grap worden voor een klein stukje tuin. Niet dus. De bedoeling van de Zwitserse dame is om op het terrein een paar hele luxe vakantiehuizen te bouwen, maar hoe ze ooit van al die bomen af komt, is nog een hele kwestie. Daar had ze zelf ook wel een hard hoofd over in.

Palmen in kuipen vol onkruid.
Het hele terrein vol met palmen en drago’s.
Ga er maar aanstaan, als je deze loodzware kuipen moet verplaatsen.

Maar goed, omdat we toch in Puntagorda waren, gingen we maar even langs bij de Coop. Daar zouden de echte Nederlandse beschuiten verkocht worden en wat is er nou lekkerder dan een beschuitje met roomboter en hagelslag? Geen idee hoe een beschuit in het Spaans heet, dus aan de dame in de winkel gevraagd naar ‘una especie de pan tostado redondo’. Ze wist meteen waar ik het over had. Ah sí, en un paquete redondo. In een ronde verpakking. ‘We hebben ze gewoon en ook bio. Maar helaas zijn ze momenteel uitverkocht. Ze zijn steeds heel snel weg en ik krijg ze maar af en toe’. Grrrrr, welke Nederlanders kapen ze voor onze neus weg?? Eéntje kennen we er trouwens wel, denk ik, zal geen namen noemen 😉 . De volgende keer moet ik misschien maar meer bestellen, bedacht de Coop-dame. Maar jammer genoeg komen we niet zo vaak in Puntagorda, dus ik zal ze wel uit NL moeten meenemen. De hagelslag voorraad is overigens ook uitgeput. De aanvoer is abrupt stilgevallen in deze tijden van corona.

Toen we de Coop verlieten, kwam toevallig net tuinman Ito langsgereden. Hoe klein is de wereld op La Palma. We vertelden hem over ons bezoek aan zijn drago-dame. En dat we nu toch maar op zoek gaan naar wat kleinere exemplaren. Toen gaf hij ons de tip dat in Puntallana, in het oosten van het eiland, de vivero – kwekerij – van de Cabildo Insular zit, waar alleen autochtone planten gekweekt worden en waar we zeker ook kleine drago’s zullen vinden. Dus volgende week nieuwe poging en gaan we naar Puntallana.  Het was overigens koud in Puntagorda, grijs, 15° en wat miezerige regen. We hadden gedacht door te rijden naar Garafía, maar het weer nodigde niet echt uit, dus toch maar snel terug naar huis, waar we 22° en zon aantroffen. Nu ik dit schrijf, op zondagochtend, is het hier grijs en kil. Waarschijnlijk schijnt nu in Puntagorda de zon, want ergens op het eiland schijnt de zon altijd wel.

Afgelopen week hebben we overigens voor het eerst sinds 8 weken de tank van de auto weer moeten vullen. Nog nooit zo lang met 1 tank gedaan. En voor een superlage prijs ook nog. In Puntagorde was de prijs overigens nog zo’n 7 cent lager, daar baalde Karel goed van. De brandstof is altijd een stuk goedkoper in Puntagorda dan in het Aridanedal, maar dat is net even te ver weg voor ons helaas.

Schappelijke prijs.

En vrijdagavond weer voor het eerst sinds lange tijd buiten de deur gegeten. We waren uitgenodigd ivm de verjaardag van een vriendin. Met z’n zevenen waren we, je mag met max. 10 personen samen vertoeven. We aten bij de Italiaan op het pleintje achter de kerk van Todoque, espaguetis con mariscos, zeevruchten, heerlijk. Er zaten nog enkele groepjes en hoewel er een fikse wind stond die helaas niet ging liggen, was het super om weer met vrienden te eten en wat reuring om ons heen te hebben.  Vanavond eten we met een groepje bij Finca Flora, een vegetarisch huiskamerrestaurant vlakbij huis. Hopelijk trekt het weer bij, want er moet buiten gegeten worden en anders moet ik m’n winterjack nog uit de kast gaan opvissen.  Maar hoe dan ook, we mogen weer! Het is feest tralala, we hebben wat in te halen!

Aan het apéro.
Spaghetti met zeevruchten, aanrader.
Mmmmmmmm

Nog even terugkomend op de drago’s, we hebben er al wel enkele staan in onze tuin. Die zijn vermoedelijk zo’n 20 jaar oud en doen het goed:

Op het terras naast ons huis.
Bij het pad naar de beneden-ingang.
Bij het lager gelegen privé terras.
Bij het zonnehoekje met de stoelen van Paco.
Deze hebben we zelf geplant, zo’n anderhalf jaar geleden. Een jonkie nog dus.